CD van jou, CD van mij
Zo maakte het zangduo Acda en de Munnik jaren geleden duidelijk hoe je onderscheid kan maken wat van jou is en wat van de ander is. Maar zo vanzelfsprekend als dat bij de bezongen materiele boedelscheiding lig, zo is dat veel minder duidelijk bij het onderscheiden van gevoelens en emoties. Daarvan leggen we graag de oorzaak bij de omstandigheden. Het is de ander die mij verdrietig maakt, het ligt aan de ander dat ik me zo irriteer. Hoe logisch dat misschien klinkt, ik wil ook hier aan een soort van ‘emotionele boedelscheiding’ maken. Wat is, in een emotioneel beladen situatie, van de ander en wat is van jou? Ik wil dat inzichtelijk proberen te maken aan de hand van een voorbeeld.
Een explosie van emoties
Stel, er is een sportteam dat op twee wedstrijden voor het einde van de competitie op punt staat om kampioen te worden. Nog één wedstrijd winnen en dan kan de champagne ontkurkt worden. Ze moeten ‘thuis’ spelen tegen een ploeg die helemaal onderaan staat, al gedegradeerd is en er helemaal niets van bakt; zeg maar ‘team Brandhout’. Dus: de confettikanonnen zijn opgesteld, de champagneflessen staan al klaar, hapjes staan in de koelkast en het dweilorkest brengt de feeststemming er goed in bij de aanwezige enthousiaste supporters.
Maar…, dan gebeurt het onwaarschijnlijke. Ze verliezen de wedstrijd. Het ‘zekere’ kampioenschap gaat nu hoogstwaarschijnlijk aan hun neus voorbij, want volgende week wacht hun nog één hele zware wedstrijd tegen de nummer drie van de competitie. En de nummer twee speelt volgende week thuis tegen ‘team Brandhout’ en is bij winst dan kampioen.
Verslagen zitten de spelers in de kleedkamer. Op een zeker moment komt de trainer binnenstormen. Die houdt een korte krachtige tirade. Met bulderende stem schreeuwt hij[1] het uit: “Sukkels die jullie zijn, allemaal stommelingen! Hoe hebben jullie dit kunnen laten gebeuren? Een collectieve wanprestatie, zo goed waardeloos was dit. Jullie hebben mij in de steek gelaten, het publiek en elkaar. Als ik het mocht dan had ik jullie allemaal een enorme harde schop onder je donder gegeven! Stelletje kakzakken dat jullie zijn!” Hij draait zich om, loopt woedend weg en slaat de deur keihard achter zich dicht.
De reacties
Daar zitten ze dan, de spelers. En ze reageren allemaal op hun eigen manier op de donderspeech.
Speler 1 kruipt in elkaar en begint te trillen
Speler 2 is boos
Speler 3 is verdrietig
Speler 4 voelt zich schuldig
Speler 5 begint heel hard te lachen
Speller 6 haalt gelaten zijn schouders op
Speler 7 pept iedereen op.
Speler 8 loopt gelijk naar speler 3 en begint hem te troosten

De reacties van de spelers lijken op zichzelf begrijpelijk. Echter, de woede-uitbarsting van één persoon geeft maar liefst acht verschillende reacties. Dan kan het niet anders dan dat die reacties van de spelers níet gaan over de trainer. Die emotionele reacties gaan namelijk over de betreffende speler zelf. Die reacties zeggen iets over hen zelf. Want, al zijn al die emotionele reacties van de spelers er in het moment in de kleedkamer, ze hebben ook heel veel te maken met hun persoonlijke achtergronden en geschiedenis. Om dat te verduidelijken laat ik iets van die achtergronden zien.
De achtergronden van de reacties
Speler 1 kruipt in elkaar en begint te trillen
Deze speler is opgegroeid met een dominante vader die vaak driftbuien heeft. Die vader is op zo’n moment verbaal agressief en heeft ook de handen nogal los zitten. De thuissituatie is meer dan eens erg onveilig. Het gedrag van de trainer triggert oude paniek in deze speler, waardoor deze angstig in elkaar kruipt, klaar om ‘de klap op te vangen’.
Speler 2 is boos
Deze speler heeft ouders die zeggen zelf nooit fouten te maken (= eigen fouten toegeven). Als dingen niet lopen dan ligt dat vaak bij de ander of komt het door de omstandigheden. Zo simpel is het. Natuurlijk liep het in deze wedstrijd allemaal niet zo lekker maar dat lag volgens deze speler vooral bij de trainer en ook bij een paar medespelers. In zijn ogen lag de fout bij de trainer want de opstelling klopte niet, de tactiek klopte niet en in de wedstrijd heeft hij verkeerde aanwijzingen gegeven. Overigens, de scheidsrechter had ook niet zijn beste dag met veel rare beslissingen.
Hij is boos op de trainer; deze nederlaag lag aan de trainer; niet aan het team en zeker niet aan hem zelf.
Speler 3 is verdrietig
Deze speler is de jongste uit een gezin waar sportieve prestaties ‘aanzien’ geven. In zijn familie winnen zijn broers, neven en nichten kasten vol bekers en medailles. Hijzelf heeft nog nooit iets gewonnen, is daardoor een ‘het lachertje’ van de familie en wordt er vaak mee gepest. Daar gaat nu die eerste gouden medaille… Het gedrag van de trainer maakt de wond van de nederlaag nog dieper tot een persoonlijke vernedering die hem thuis opnieuw te wachten staat.
Speler 4 voelt zich schuldig
Deze speler heeft kritische ouders. Alles moet perfect zijn. Als hij een acht had gehaald op een toets dan waren er geen complimenten maar de vraag waarom het geen negen was of nog liever, een tien. Het kan altijd beter. Fouten maken doe je niet. Steeds krijgt hij te horen dat hij het niet goed is wat hij doet. Deze speler heeft het idee dat het hele team slecht heeft gespeeld omdat hij zelf vandaag zijn dag niet had. Hij voelt zich schuldig en neemt de oorzaak van de nederlaag ‘volledig op zich’. Het gedrag van de trainer triggert deze speler omdat hij denkt dat de nederlaag aan hem ligt door zijn slechte spel.
Speler 5 begint heel hard te lachen
Deze speler komt uit een gezin waar alles weggerelativeerd wordt. Het leven is vooral leuk en zelfs in tegenslagen kan je de humor zien. Humor en luchtigheid maakt het lijden dragelijker, is het motto. Hij stelt voor dat het dweilorkest er nog een flinke meedeiner tegenaan gooit en wil de champagne en de hapjes delen met ‘team Brandhout’. Laten we het gewoon gezellig houden met elkaar. Het gedrag van de trainer vindt hij overtrokken en hij ervaart deze nederlaag als een grote grap.
Speler 6 haalt gelaten zijn schouders op
Deze speler is een aantal jaar geleden als kind gevlucht uit een burgeroorlog in zijn land. Zijn vader is voor zijn ogen doodgeschoten en zijn moeder is op de vlucht overleden aan een hartaanval. In de kleedkamer mompelt hij in zichzelf dat hij het verlies van de wedstrijd op zich vervelend vindt. Hij zegt daar ook bij dat deze nederlaag het niet haalt bij het bittere verlies dat hij als kind ooit heeft geleden. Het gedrag van de trainer vindt hij zwaar overtrokken en niet getuige van enig realiteitsbesef.
Speler 7 pept iedereen op.
Deze speler komt uit een gezin van rasoptimisten. Iedere kans is er een en je hebt niet verloren tot het laatste fluitsignaal. “Volgende week weer een kans, gewoon winnen en dan zijn we alsnog kampioen. Kom op, laat de kop niet hangen en we gaan ervoor! Knalle met z’n alle!” Deze speler trekt zich niets aan van het negatieve ‘gedoe en gezeur’ van de trainer en kiest voor de positieve kanten die er nog steeds zijn.
Speler 8 loopt gelijk naar speler 3 en begint hem te troosten
Zijn moeder is verpleegkundige en zijn vader sociaal werker in een buurthuis. Daarnaast vangen ze ook jongeren in hun gezin op die een plekje nodig hebben om tot rust te komen. Het is voor hen belangrijk dat je oog hebt voor de ander; onder het motto dat je de ander hoger of belangrijker moest achten dan jezelf. Hoe jij jezelf voelt of wat jij wilt doet er niet toe, dat parkeer je gewoon. Je staat altijd klaar voor de ander in nood en je bent verantwoordelijk om problemen te helpen oplossen.
Eigenlijk had deze speler het liefste ook nog even naar de angstige speler en de zich schuldig voelende speler willen gaan om die te helpen en ook even naar de trainer om te horen hoe het met hem is. Maar je kan helaas maar op één plek tegelijk zijn. Deze speler heeft totaal geen idee wat de tirade met hem zelf doet; de angst, de boosheid en het verdriet van de ander, dát zet hem aan tot helpen. Want helpen moet!
De trainer
Zijn vader was een hooggeplaatste militair en zijn moeder iemand die het huishouden regeerde met sterke hand. Alles draait om een strakke discipline. “Je hebt te doen wat ik zeg en wat jij er van vindt interesseert me niet.” Hij was zelf ook beroepsmilitair en is meerdere keren op uitzending geweest in conflictgebieden. Op een van die missies zijn twee maten van hem om het leven gekomen. Door een PTSS is hij uit het leger gegaan en sportinstructeur geworden. Het tergde de trainer dat het voorbesproken spelconcept niet opgevolgd werd en aanwijzingen tijdens de wedstrijd genegeerd werden. Er werd niet gedaan wat hij aan bevelen gaf. “Niet luisteren naar bevelen van een hogere? Geen optie!”
Wat is nu de moraal van dit verhaal?
Er is een trainer die door het lint gaat en zijn frustratie uit richting het team dat hij begeleidt. We kunnen eens kijken wat er mogelijk op de achtergrond speelt.
Over jouw gevoelens:
- Ik ga uit van de volgende stelling: alles wat jij voelt en alles wat jij doet zit in jou, is van jou, zegt iets over jou. Het gaat alleen over jou en over niemand anders.
- Gevoelens die je bij een conflict kan voelen lijken te gaan over het conflict van dat moment. Natuurlijk, ze zijn voelbaar aanwezig op het moment van het conflict. Maar meestal zijn dit oudere bekende gevoelens die je veel vaker hebt. Het zijn gevoelens, emoties en gedragingen die cirkelen rondom een bepaald thema van je.
- De basis daarvan zit meestal in je sociaal-emotionele ontwikkeling. Hoe ben je sociaal-emotioneel-mentaal gevormd? Wat is goed tot ontwikkeling gekomen, wat heeft mogelijk te weinig aandacht gekregen en waar zitten echte tekorten en mogelijk zelfs schade? Die vorming in het verleden bepaalt in grote mate hoe je mentaal en emotioneel omgaat met druk of met conflicten in het nu. Die wijze van omgaan, die copingstrategieën, die je in de kinderjaren onbewust hebt eigen gemaakt, die neem je mee de volwassenheid in. Strikt genomen reageer je vaak als volwassene in een conflict op een gelijkende manier zoals je dat als kind ook gedaan hebt. De context van jou, je gezin van herkomst, de geschiedenis die je met je meedraagt, bepaalt in sterke mate hoe jij iets in het heden ervaart en hoe je reageert op een conflictsituatie. Gevoelens en emoties, ze zijn meer dan eens echo’s uit het verleden.
Over de ander
De spelers in het bovengenoemde conflict hebben te maken gekregen met een trainer die uit zijn plaat is gegaan.
Is de trainer de schuldige aan al die gevoelens bij de spelers? Het simpele antwoord is: nee. De trainer is hooguit aanspreekbaar op zijn gedrag, op zijn manier van doen. Dat zegt namelijk iets over hem. De trainer is hooguit een trigger voor de speler. Hij is verantwoordelijk en aansprakelijk voor zijn gedrag. Hij zich moet zich realiseren dat zijn gedrag invloed heeft op derden. Maar wat zijn gedrag bij de ander doet, dat is niet van hem.
Laat bij de ander wat van de ander is
Je mag (moet) het gedrag en de emoties van de ander (hier dus de trainer) bij de ander laten. Je hoeft zijn gedrag niet te accepteren. Om daar los van te komen kan je hardop of in gedachten de woorden en de emoties ‘weer teruggeven aan de ander’. Bij voorbeeld door te zeggen: “Deze woorden en deze emoties zijn niet van mij, die zijn van jou. Ik ontvang ze niet, ik geef je ze weer terug”. Probeer dit voor de aardigheid eens uit! Besef dat het gedrag van de ander alleen over de ander gaat en niet over jou.
Waarom dat strikte onderscheid
De reden om dit onderscheid zo strikt te maken is dat je in gaat zien wat écht van jou is en wat bij de ander hoort. Het gedrag en de emoties van de ander zijn niet van jou. Laat bij de ander wat van de ander is. Jouw gedrag en jouw emoties in een conflict gaan wel (alleen) over jou. Het is belangrijk om naar die eigen geraaktheid te kijken.[2] Wat zegt die over jou, over jouw geschiedenis, over jouw (onverwerkte?) pijnen, over jouw schade of over jouw onvervulde verlangens? Waar heb jij iets uit te werken?
Kilheid of compassie
Het is belangrijk om bij jezelf te kijken wat jou raakt en bij de ander te laten wat van de ander is. Dat betekent voor mij niet dat je op kille wijze de ander vervolgens in zijn sop laat gaar koken en aan zijn lot overlaat. Als de storm geluwd is en er is weer ruimte, dan is het belangrijk om het gesprek met elkaar te openen. Dat vraagt om moed, om over je eigen schaduw (en je eigen ‘gelijk’) heen te stappen en naast de ander te gaan staan.[3] Wat is het verhaal achter de emoties, het gedrag of de woorden? Wat zegt die geraaktheid over de ander? Als je dat in eerlijkheid kan aankijken en delen staat de deur naar herstel wagenwijd open.
En nu
Kleine spanningen, grotere conflicten; we hebben er allemaal mee te maken. Met dit stukje hoop ik je uit te nodigen om, meer dan je mogelijk deed, te kijken naar wat in de emotionele storm van jou is en te onderzoeken met welke thema’s dat te maken heeft.
[1] Gemakshalve schrijf ik alles in de ‘hij-vorm’
[2] Vergelijk Galaten 6:5
[3] Vergelijk Galaten 6:2
NB
Er zit auteursrechten op dit artikel en op de foto in het artikel.
De foto van de CD’s is afkomstig van unsplash.com